Autisme en psychotherapie – Deel 2

Autwords door

Noah Jacobi

Column 25 (21-09-2017)

Autisme en psychotherapie 

Deel 2


Er bestaan wel postacademische opleidingen psychotherapie waar de psychotherapeut-in-spé kennis verkrijgt over hoe die mensen kan helpen verandering te bekomen in hun gedachten, gevoelens en gedrag.

Psycholoog en psychiater kunnen maar hoeven geen psychotherapeut te zijn, en zijn het dus niet automatisch. Een psychotherapeut kan een psycholoog of psychiater zijn, maar evengoed ook niet. Zo kan een maatschappelijk assistent zich psychotherapeut noemen, Of een filosoof kan een filosofische praktijk opstarten waarbinnen hij psychotherapie bedrijft. Ook een huisarts kan zich psychotherapeut noemen.

Binnen dit domein van psy’s is het belangrijk te kijken naar mensen met een opleiding in menswetenschappen (psychologie, orthopedagogie, filosofie, maatschappelijk werk …) of geneeskunde, specialisatie psychiatrie. Een  ergotherapeut kan dus veel moeilijker een goede psychotherapeut zijn omdat deze op het lichaam en de beweging eerder dan op de geest werkt.

Een psychotherapeut kan iemand zijn met een opleiding in de psychotherapie, maar de hulpverlener in kwestie kan vanuit zichzelf al voldoende aanvoeling en vaardigheden hebben om een goede psychotherapeut te zijn.

 

Het kan ook iemand zijn met kennis van autisme, maar opnieuw is het belangrijker dat de hulpverlener een open attitude heeft en voldoende communicatieve vaardigheden om met mensen met autisme om te gaan. Het risico van kennis van autisme of van pretentie van die kennis is dat de hulpverlener zich gaat blind staren op bepaalde idée fixes over autisme, bepaalde clichés, waarbinnen sommige mensen met autisme, die wel hulp nodig hebben, niet altijd volledig passen. Een goede psychotherapeut voor mensen met autisme hoeft dus niet noodzakelijk een autismetherapeut te zijn.

De prijs die een psychotherapeut vraagt is afhankelijk van de setting. Een zelfstandig therapeut zal logischer wijzer meer vragen dan een therapeut die werkt binnen een centrum geestelijke gezondheidszorg (GGZ Vaak wordt er hier niets van terugbetaald door de mutualiteit (tenzij Euromunt), Wanneer het gaat om een gesprek met een maatschappelijk werker of iemand die een menswetenschappelijke opleiding heeft gevolgd. Psychiaters vragen meer maar er is tussenkomst van de mutualiteit. Het voordeel van een zelfstandig therapeut is de beschikbaarheid en flexibiliteit van afspraken, en vaak ook het gevoel dat er diepgaander wordt ingegaan op de probleemoplossing.

Wie naar een GGZ stapt wordt meestal een vast bedrag aangerekend. Bij een GGZ is men zeker dat men geholpen wordt door iemand met een degelijke basisopleiding, die vaak werkt binnen een multidisciplinair team met een organisatie achter zich. Het nadeel van een GGZ is dat de personen in kwestie op vaste uren werken en beperkter bereikbaar zijn, en de diepgang van de gespreksvoering durft al eens beperkter te zijn. Hoe vaak iemand op gesprek gaat, wordt afgesproken samen met de therapeut en is afhankelijk van de zorg, het budget dat iemand heeft of wil uittrekken, de werkwijze van de therapeut en allerlei gegevens uit de context zoals gezin, werk, hobby’s … 

Het is belangrijk dat de cliënt zich niet laat pushen om te vaak of te sporadisch te moeten komen. Wie zich beter voelt bij één keer per maand, mag gerust aangeven dat dit voor hem het best ligt. Problemen worden niet sneller opgelost omdat men meerdere keren per maand of per week naar de therapeut gaat. De werkelijke stappen worden immers buiten de praktijk van de therapeut gezet.

Een individuele sessie kan een uur of iets langer duren. Bij kinderen zal een therapeutische sessie wellicht iets korter zijn. Bij relatie – of gezinsgesprekken kan er anderhalf uur uitgetrokken worden. De duur van de therapie op zich hangt af van de evolutie die iemand maakt, de tevredenheid over die evolutie, de inschatting van de therapeut en allerlei randevenementen.

Wie in psychotherapie gaat, doorloopt meestal een aantal fasen.

Een eerste fase bestaat uit de kennismaking in een aantal gesprekken en de eerste verkenning van de vraag of zorg.

Eens min of meer duidelijk wordt wat de vraag of zorg is waarmee de persoon die zich aanmeldt komt, en of er een reden of motivatie is om verder in gesprek te blijven, wordt de therapie echt opgestart. Dit gebeurt in een reeks therapeutische gesprekken.

Tussenin gebeurt er af en toe een evaluatie. De meest voor de hand liggende evaluatie is de vraag of de persoon die in gesprek is bij de therapeut een nieuwe afspraak wil.  Wie zegt ‘oh nee, weer terug komen’, geeft al te kennen dat de therapie niet naar wens verloopt.  Wie af en toe de afspraak mist, of zich ziek meldt, geeft ook tekenen dat de therapie mogelijks een sleur wordt, wat geen goed teken is.

Deel 1, Deel 3, Deel 4

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.