Autisme en psychotherapie – Deel 3

Autwords door

Noah Jacobi

Column 26 (28-09-2017)

Autisme en psychotherapie 

Deel 3


Wanneer de therapeut vraagt of er met de gesprekken in het leven buiten de therapie iets kan gedaan worden, iets nuttigs, iets dat werkelijk bijdraagt tot de kwaliteit van leven, iets dat een meerwaarde is, kan ook gezien worden als een evaluatie.

De cliënt, die in gesprek is, kan het nut van de therapie of de tevredenheid uiteraard alleen zelf bepalen. De cliënt kan de therapeut op elk moment zelf evalueren. De cliënt is tenslotte degene die de eindbeslissing heeft over het al dan niet verder zetten van de therapie, niet de therapeut of de omgeving van de cliënt. Als er bijvoorbeeld al jarenlang geen vertrouwen is tussen de cliënt en de therapeut, is er alle reden om van therapeut te veranderen.

Binnen een psychotherapeutisch gesprek bestaat er meestal een bepaalde structuur. Een gesprek begint meestal met de acclimatisatie, de ’small talk’, de verwelkoming van de cliënt. Een volgende stap is bepalen waarover het zal gaan in het gesprek, het gespreksthema.

De aanleiding kan een vervolg zijn op vorige gesprekken, een taak die uitgevoerd is in het dagelijks leven, iets dat de cliënt geprobeerd heeft, een stap die gezet is, of een denkopdracht over alternatieven voor een situatie die op dat moment een zorg is.

Op het einde van het gesprek komt het dan tot een conclusie of een afronding. Mogelijks geeft de therapeut de cliënt dan nog een opdracht mee of een doordenkertje voor thuis.

De meest voorkomende technieken om cliënten te helpen zijn vragen stellen, opdrachten mee geven of suggesties voor alternatieven aanreiken, waar de cliënt kan aan de slag mee gaat. De therapeut gaat dus op weg met de cliënt, maar het is de cliënt is die de weg bewandelt en uitstippelt. De therapeut geeft mogelijkheden aan, en wijst op mogelijke beperkingen van bepaalde wegen die de cliënt zelf zou willen bewandelen. Therapie is idealiter een samenwerking, maar de cliënt bepaalt uiteindelijk zelf welke weg het uitgaat.

Binnen de psychotherapie bestaan er verschillende stromingen, scholen en therapieën.

Voor mensen met autisme is het belangrijk dat ze zich kunnen voorbereiden op het therapeutisch gesprek. Hun informatieverwerking verloopt anders, ze hebben het minder van de spontane interactie met de therapeut.

Als dusdanig zijn vormen van psychoanalyse en hypnotherapie (niet te verwarren met hippotherapie) minder geschikt, omdat verwacht wordt dat de cliënt hier ongedwongen, spontaan en vol vertrouwen zich bloot geeft, wat bij autisme per definitie moeilijker ligt.  Via een regelmatig gesprek – tot enkele keren per week – wordt verwacht dat de cliënt inzicht verwerft in zichzelf. Mensen met autisme gaan echter eerder gebaat zijn met een lagere frequentie aan gesprekken, maar wel de kans om opdrachten uit te voeren en die voor te bereiden en te kunnen bespreken. De onvoorspelbaarheid en de onduidelijkheid van de psychoanalyse is daarnaast nog een bijkomend nadeel.

In de cliënt-centered therapie draait het meer rond gevoelens.  De cliënt wordt gevraagd zijn verhaal te vertellen, en de gevoelens achter dit verhaal te onderzoeken.  De psychotherapeut zal hier voornamelijk luisteren, en vragen aan de cliënt om zijn problemen uit te spreken en ondertussen ook autonoom hierover na te denken. De cliënt-centered therapie ligt net als de psychoanalyse moeilijk bij mensen met autisme, omdat hier de spontaneïteit en de uitdrukking van gevoelens zonder voorbereiding of terugval centraal staat. Ook bij gestalteherapie zal een autistische persoon het lastiger hebben, omdat deze nauw aanleunt bij de cliënt-centered en de psychoanalytische therapie.

Cognitieve therapie, gedragstherapie, systeemtherapie en contextuele therapie zijn wellicht de meest geschikte therapieën die rekening houden met de specifieke eigenschappen van mensen met autisme.

Gedragstherapie kijkt, zoals de naam al zegt, naar het gedrag en op basis van wat we doen naar ons denken.  Wanneer gedrag ons onwelzijn bezorgt, komt dat meestal door een denken dat niet samen valt met wat we willen. Dit gedrag kan terug afgeleerd worden door een andere manier van denken aan te leren of ons hiervan bewust te worden.

Systeemtherapeuten en contextueel therapeuten, beiden aan elkaar verwant, kijken naar de problemen in relatie tot de context en de omgeving (het systeem). Het leven van iemand met autisme is meestal vooral een probleem door de omgeving waarin deze persoon leeft. Het probleem van autisme zit vaak in het samen leven en de situatie. Autisme is dan ook niet voor niets hoofdzakelijk contextblindheid.

Deel 1, Deel 2, Deel 4

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.