Autisme en talenten – Deel 2

Autwords door

Noah Jacobi

Column 19 (01-06-2017)

Autisme en talenten

Deel 2


Stil zitten, analyseren, luisteren, reproduceren, ook al is het aangepast, is voor hen niet weggelegd. Toch hebben zij recht op ontwikkeling van hun talenten en moeten ze zich kunnen voorbereiden op een (ondersteund) leven in de maatschappij.

Maar er gebeurt iets vreemd als talent in combinatie staat met autisme. Het wordt al snel gepsychologiseerd, zweverig benaderd, als iets buitengewoon gezien.

Op school wordt er bijvoorbeeld ‘gewerkt’ aan talenten. Op zich is er natuurlijk niets verkeerd aan openheid en waardering van talenten van leerlingen en studenten. De manier waarop, dat is soms wat anders. Mijn herinnering aan mensen die over mijn talenten begonnen, was vooral dat ik ze niet verstond. Het moest te maken hebben met ‘mezelf leren kennen’, en ‘groeien’ en allerlei metaforen en zweverigheid.

Overhellen naar het savant

Behalve dat het vertoog over talenten vaak ongeloofwaardig of met een dubbele agenda overkomt, helt het ook vaak over naar het savant.

Op zich is er niets mis mee over het positieve in (mensen met) autisme te belichten. Alleen geeft overbelichting zelden mooie en juiste beelden. Er is een (groot) verschil tussen waardering hebben voor wat goed gaat, inspanningen en overlevingsvaardigheden erkennen en (kwetsbare) mensen respectloos op een voetstuk plaatsen.

Om eerlijk te zijn heb ik toch liever dat mijn (veronderstelde) talenten toegeschreven worden aan mijn (veronderstelde) persoonlijke genialiteit dan als neveneffect van mijn autisme worden gezien. Zo voel ik mij steeds meer aangesproken als of vergeleken met een savant. Of, als dat niet blijkt te kunnen, beschouwd als een luiwammes. Er is sprake van een toenemende polarisatie.

Een hele evolutie in de beeldvorming

In het denken over en de beeldvorming van (mensen met) autisme is er natuurlijk een hele evolutie geweest. Al is het maar de vraag of die evolutie wel zo positief is.

Van symptomen over syndromen naar een vorm van spectrumdenken. Hoewel dat laatste stilaan in vraag wordt gesteld.

Van het idee dat mensen met autisme vooral ernstige en psychische beperkingen hadden naar de vaststelling dat er ook mensen met autisme zijn in de samenleving kunnen functioneren. Hoewel autisme steeds vaker als een psychiatrische stoornis wordt benoemd en mensen met autisme die in de samenleving functioneren ‘niet autistisch’ worden gezien (ook niet door sommige ervaringsdeskundigen).

Van de overtuiging dat een ‘echte autist’ iemand is die in zichzelf gekeerd is en niet kan communiceren tot het uitnodigen van mensen met autisme om te spreken op congressen en studiedagen. Al doen die mensen met autisme op studiedagen vaak alle moeite om te zijn zoals deskundigen.

Een half leeg glas

Soms heb ik het moeilijk met de toon waarop er over talenten en (mensen met) autisme wordt gesproken.

Voor mij is het glas, als het om autisme gaat (en de acceptatie in onze samenleving), halfleeg. Het blijft een handicap. Volwaardig burgerschap in alle facetten blijft een erg moeilijke discussie. En zelfs de vraag wie er problemen heeft, wordt vaak beantwoord met ‘het zijn de nt’ers die een handicap hebben’.

Daarmee wordt volgens mij voorbijgegaan aan een belangrijk talent van bepaalde mensen met autisme, het tonen van zichzelf (en last duidelijk maken) en er ook iets aan willen doen. Dat kan niet gezegd worden van wie voortdurend zegt: ‘het zijn de anderen/de samenleving die een probleem heeft/ziek is’.

Het gedicht ‘Appels met peren’ van een ervaringsdeskundige geeft beter aan hoe ik er over denk. Om haar te parafraseren: ‘Denk niet dat jij het zwaarder hebt dan ik.

Je kunt mijn leed niet met het jouwe vergelijken. Een vergelijking heeft maar weinig zin en doet altijd wel weer iemand pijn.’

Het begrip van autisme in de samenleving zou positief geëvolueerd zijn. Van een geestesziekte via ontwikkelingsstoornis naar autisme als cultuur, een anders-zijn in denken en zijn.

In zijn boek ‘A History of Autism’ schrijft Adam Feinstein dat wanneer Kanner en Asperger antropologen waren geweest autisme er heel anders had uitgezien. Wellicht zouden mensen met autisme dan gewoon ‘rariteiten’ worden genoemd en nog meer op de rand van de armoede balanceren dan nu het geval is.

Alternatieve triades

Ook in het traceren van autisme zijn er bepaalde evoluties. Een diagnose autisme wordt tegenwoordig gesteld op basis van gedrag en beperkende leefomstandigheden.

Maar er zijn ook deskundigen die opperen om te kijken naar de positieve kenmerken, naar motivatie, interesse of (lokale versus globale) coherentie.

Een concreet voorbeeld, voorlopig niet meer dan een denkoefening, zijn de ontdekkingscriteria voor autisme die Gray en Attwood hebben ontwikkeld. Wie ze leest, merkt al snel dat het vooral een terminologische discussie is, en het basis denken niet zoveel verschilt van de klassieke triade. De erkenning van talenten komt er ook niet meteen in voor.

Sommige mensen, meestal ervaringsdeskundigen of ouders, gaan een stapje verder en stellen de normaliteit of standaarden in vraag. Dat is natuurlijk nodig, maar tenzij op heel lange termijn en op koude winteravonden helpt het ons niet direct veel verder.

Veel positiefs

Voor mensen die het moeilijk hebben met hun autisme (of dat van hun kind) is het uiteraard een steun in de rug om te weten dat er veel positieve kanten zijn aan autisme. Wie de opsomming leest, merkt dat voor de meest mensen geldt, en behalve veralgemeent ook misverstanden zaait.

Deel 1, Deel 3, Deel 4, Deel 5

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.