Mythes – Deel 1

Autwords door

Noah Jacobi

Column 1 (12-01-2017)

Mythes over (mensen met) autisme op de werkvloer …. autisme en werk.

Deel 1


1. “De meeste mensen met autisme werken in een beschermd circuit, er is altijd een of andere vorm van begeleiding naast hen op de werkvloer nodig om te zien dat ze geen ongelukken uithalen.”

Het klopt volgens mij niet dat de meeste mensen werken in een beschermd circuit, of dat mensen met autisme in hun werk altijd een of andere begeleiding op de werkvloer nodig hebben.

Sommige mensen met autisme geven zelfs leiding aan of begeleiden werknemers in hun werk. Er zijn waarschijnlijk heel wat mensen met autisme, en andere beperkingen (verstandelijk, psychisch) die in een centrum of voorziening werken.

Overigens staan er in de cijfers over arbeidsongevallen of fouten op de werkvloer niet meteen labels bij. Mensen met autisme zijn doorgaans vrij minutieus bezig met hun werk en ongelukken zijn volgens mij lang niet alleen de fout van de werknemer.

2. “Werk is goed voor mensen met autisme, het maakt hen sterker en fitter.”

Het staat buiten kijf dat kans op armoede door werkloosheid niet goed is voor mensen, zeker niet voor mensen met autisme. Werken en daarin kunnen opbloeien als werkkracht en als mens heeft in veel gevallen ook positieve effecten voor het persoonlijk leven en de algemene ontwikkeling.

Niettemin is het erg kort door de bocht te zeggen dat werk goed is voor alle of zelfs de meeste mensen met autisme, en hen sterker en fitter zou maken, wat die termen ook mogen suggereren. Lang niet alle mensen met autisme komen door hun werk meer met anderen in contact, of leren hun leven beter organiseren of hun grenzen verleggen.

 

 

Werk is dus, ook bij mensen zonder autisme, lang niet altijd ‘empowerend’, een stimulans om zelfstandiger en meer oplossingsgericht te worden, of om hun sociale leven uit te breiden.

Zelfs als er rekening wordt gehouden met iemands autisme (of dat wordt beweerd), kan het zijn dat iemand met autisme verkommert in een betaalde deeltijdse of voltijdse baan.

Bij iedereen met autisme heeft werk een andere betekenis, en er moet gezocht worden naar een goed evenwicht tussen verwachtingen vanuit de samenleving, mogelijkheden die iemand heeft en wat iemands bestaanskwaliteit kan verbeteren. Zodat mensen met autisme niet langer gepest, vernederd, uitgebuit of misbruikt worden op de werkvloer, wat nu nog een vaak onderschat probleem is.

Mensen met autisme verdienen meer kansen op werkbaar werk maar als blijkt dat werk niets bijbrengt of integendeel iemands zelfbeeld of bestaanskwaliteit afbreekt, mag er niet blijvend gestimuleerd worden om in een betaalde baan te blijven of steeds te veranderen. Werk is dus zeker niet zaligmakend en het medicijn voor alle kwalen.

3. “Mensen met autisme die werken zijn, uitzonderingen niet te na gesproken, altijd mannen. Vrouwen met autisme werken niet of hebben eigenlijk een andere diagnose (een of andere neurose – of psychosegevoeligheid)”

Er zijn inderdaad heel wat meer jongens en mannen met autisme met een diagnose autisme. Niettemin zijn er ook heel wat vrouwen en meisjes met autisme, zodat de term ‘uitzonderlijk’ fout is.

Bovendien werken er vermoedelijk nog veel meer vrouwen dan mannen met autisme die om allerlei reden niet als persoon met autisme doorgaan. Uitspraken doen over iemands diagnose als je niet geschoold bent om die diagnose te stellen is niet alleen onmogelijk, het is vaak ook kwetsend voor de persoon in kwestie en diens omgeving.

Deel 2, Deel 3, Deel 4, Deel 5, Deel 6

 

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.