Autisme en psychotherapie – Deel 1

Autwords door

Noah Jacobi

Column 24 (14-09-2017)

Autisme en psychotherapie 

Deel 1


Er wordt al eens, onterecht, gezegd dat autisme synoniem is aan moeilijkheden. Mensen met autisme hebben er, en hun omgeving heeft er ook,  maar wie er eerst was, is vaak een discussie van de kip of het ei. Een in wezen boeiende discussie die echter voor nogal wat conflicten kan zorgen. En tot zorgen.

Wie een te chaotisch leven leidt, onder meer door zorgen, kan onder meer terecht bij een psychotherapeut.  Wie in de mogelijkheid is om bij vrienden terecht te kunnen, of geen zorgen heeft, kan zijn geld beter aan nuttiger dingen besteden.

Mensen (met autisme) kunnen zorgen hebben over zichzelf, over anderen, over hun relatie, of over hun gezinssituatie.  Ofwel stappen ze zelf naar een therapeut die individuele therapie geeft. Ofwel gaan ze als koppel naar een relatietherapeut.  Een andere mogelijkheid is met het hele gezin op gezinstherapie gaan.

Moeilijkheden in het leven van iemand met autisme kunnen uit diverse hoeken komen.

De meest zichtbare hoek is het gedrag. Mensen hebben het moeilijk met hun eigen gedrag. Ze komen in ruzie, hebben het gevoel dwangmatige handelingen te stellen (in huis of daarbuiten), of hun omgeving merkt vreemd gedrag op.

Mensen kunnen zorgen hebben door gedachten die ze niet controle hebben, die te chaotisch worden, en niet georganiseerd raken, of dwangmatig zijn.

Een derde mogelijkheid is dat gevoelens een zorg zijn, bijvoorbeeld omdat mensen zich triestig voelen of een gevoel hebben dat ze niet kunnen plaatsen maar dat onaangenaam is. Handelen, voelen en denken zit meestal in elkaar verweven.

Mensen met autisme hebben vaak ook last van een vierde element, namelijk de context. Peter Vermeulen beschouwt contextblindheid als een van de voornaamste beperkingen binnen het autisme.

Contextblindheid houdt in dat iemand moeilijker of niet in de mogelijkheid is om op gevoel, met de ellebogen aan te voelen wat in een bepaalde situatie op het werk, binnen het gezin of in eender welke organisatievorm wel of niet hoort, wat wel en niet past.  Eens de context duidelijk is, en gedrag en context bij elkaar passen, zijn heel wat zorgen opgelost.

Wie opteert voor psychotherapie kan terecht bij een aantal ‘psy’s’.

Vooreerst is er de psycholoog. Een psycholoog is iemand met een universitaire opleiding, licentiaat of master in de psychologie.   Psychologen hebben wetenschappelijke kennis over het gedrag, het gevoel en de gedachten van mensen. Ze hebben een voornamelijk theoretische opleiding, met een klein stukje praktijkervaring, maar zijn niet geschoold om gesprekken te voeren. Psychologen kunnen zich aansluiten bij de  Federatie van Gezondheidszorgpsychologen en Psychotherapeuten (FGzPt). Sommigen zit het in het bloed om gesprekken aan te knopen, aan te voelen wie wat nodig heeft, en welk tempo aangehouden moet worden bij welke cliënt.

Andere psychologen leren het nooit.  Wie naar een psycholoog gaat, heeft in elk geval de zekerheid dat het gaat om een persoon met een beschermd beroep die minstens een universitaire studie achter de rug heeft. Sommige psychologen volgen nog een extra opleiding psychotherapie waarbij ze zich toespitsen op het stimuleren van persoonlijke verandering door gespreksvoering.

Een tweede ‘psy’ is de psychiater. Een psychiater heeft een universitaire opleiding in de geneeskunde met een specialisatie in de psychiatrie. Het gaat dus om een arts die gevestigd en ook als dusdanig erkend is.  Een psychiater heeft wetenschappelijke kennis over de link tussen organische en psychische processen. Hij heeft zich in de loop van zeven jaar geneeskunde, vijf jaar psychiatrie en mogelijks drie jaar bijkomende studie psychotherapie toegelegd op de link van het menselijk lichaam en de geest. Hij is dus in staat te weten welk medicatie invloed kan hebben opdat een mens zich beter zou kunnen voelen of zich rustiger zou kunnen gedragen. Wie naar een psychiater gaat, heeft dus zeker iemand met een universitair diploma van arts voor zich, en iemand die een beschermd beroep uitoefent, net als de psycholoog.  Deze psychiater hoeft echter geen opleiding van psychotherapeut gevolgd te hebben. Hij kan uit zichzelf voldoende vaardigheden hebben om goede gesprekken te kunnen voeren, of therapie te geven, maar evengoed is hij barslecht op dat vlak en voelt hij mensen niet aan.

Een derde ‘psy’ is de psychotherapeut. Dit is geen beschermd beroep. Iedereen, ook de plaatselijke zelfstandige ijzerhandelaar, kan zich dus psychotherapeut noemen en als dusdanig zijn brood verdienen.  Ook wie een kortlopende opleiding heeft gevolgd, kan voorlopig deze titel nog dragen.

Deel 2, Deel 3, Deel 4

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.