Autisme en psychotherapie – Deel 4

Autwords door

Noah Jacobi

Column 27 (05-10-2017)

Autisme en psychotherapie 

Deel 4


De contextuele therapie probeert de context duidelijker te maken voor alle betrokkenen binnen deze context, zodat ze zelf kunnen beslissen of ze met elkaar verder willen of niet. De systeemtherapie geeft inzicht in hoe de relaties met mensen die men nodig heeft kunnen verbeteren, en waar er mogelijks energie slopende relaties afgebouwd kunnen worden. Dat betekent niet dat alle therapeuten in deze richting geschikt zijn in de omgang met dergelijke mensen, maar de therapie heeft alvast meer affiniteit met de cliënt en zal minder tot weerstand leiden.

Mensen kunnen een therapeut vinden van horen zeggen (via via), via de huisarts of het Centrum voor Leerlingenbegeleiding.

Specifiek voor mensen met autisme die een therapeut contacteren, kan het nuttig zijn om bij de aanmelding al te zeggen dat ze een (vermoeden van) autisme hebben. Het is uiteraard aan de cliënt zelf om dat te doen, niet aan de omgeving. Het kan wel helpen, omdat de therapeut dan meer aandacht zou moeten besteden aan het tempo aanpassen, op papier zetten en duidelijk zijn in communicatie.

 

Het kan ook handig zijn om alvorens men op gesprek gaat, telefonisch contact op te nemen en te vragen naar de opleiding, de kostprijs en de werkwijze van de therapeut, om zo al een eerste selectie te maken.  Een eerste verkenning hoeft ook niet meteen een vervolg te hebben. Wie twijfels heeft over de eerste gesprekken, en het gevoel heeft dat het moeilijk zal klikken met de therapeut, kan ondertussen gerust op zoek naar een andere. Na 5 tot 500 gesprekken kan men gerust overschakelen. Een therapeut waar men zich niet 100% goed voelt, heeft weinig zin.

Het is ook belangrijk dat mensen (al dan niet met autisme) het zeggen wanneer de therapeut te snel gaat, wanneer de vragen te moeilijk zijn of gewoonweg onbeantwoordbaar op het moment zelf, wanneer het nut van de vragen of zelfs het gesprek niet duidelijk is. Het kan onderdeel zijn van de therapie te spreken hoe de cliënt het maximum uit de therapie kan halen.

Het is belangrijk op elk moment te zeggen hoe je over een bepaalde situatie, over de therapie, over de therapeut, over de gespreksomgeving, over wat dan ook … denkt, waarneemt. De therapeut is in principe blind voor wat er binnen de cliënt gebeurt, gist ook maar vanuit zijn eigen denken, hoewel hij dat iets beter zou moeten kunnen vanuit zijn opleiding. De therapeut doet zijn best maar kan maar werken op aangeven van informatie van de cliënt. Een therapeut kan ook de problemen niet oplossen, hij kan wel mee helpen zoeken, zoektechnieken aanreiken en mogelijke wegen aangeven. Het is de cliënt zelf die de knopen doorhakt en beslissingen neemt (of net die uitstelt).

Als besluit kunnen we nog eens herhalen dat autisme niet een reden kan zijn om in therapie te gaan. Het zijn de zorgen die de persoon, de cliënt, heeft, die eventueel kunnen voortvloeien uit het autisme, die een reden kunnen zijn. Wanneer de omgeving meer zorgen heeft dan de cliënt zelf, is dat een reden voor de omgeving om op zoek te gaan naar ondersteuning, en kan dat geen reden zijn om de cliënt op therapie te sturen, vermits dit alleen maar geld zal kosten en geen resultaat of een negatief resultaat zal hebben.

Deel 1, Deel 2, Deel 3

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.