Trans Bondgenoot – Deel 1

Autwords door

Noah Jacobi

Column 29 (09-11-2017)

Trans bondgenoot

Deel 1


Hoe kan je een trans bondgenoot zijn?

Omdat we allemaal hippe mensen zijn, willen we natuurlijk altijd mee kunnen met de hot topic van het moment. En zoals ik een kennis onlangs hoorde zeggen: transgender zijn is een trend.

En dat is meteen grove misvatting nummer één.

Transgender zijn is allesbehalve een ‘trend’. Trans(gender) personen  bestonden gisteren al, we bestonden vorige eeuw, we bestonden eigenlijk altijd al. Ik zou artikels, hoofdstukken, hele boeken kunnen schrijven over trans personen.

Nee, vandaag wil ik het hebben over hoe je als hippe medemens nóg hipper kan worden en transinclusief kan handelen. Of in woorden die de niet-Social Justice Warrior bekender in de oren klinkt: wat doe je best wel of net niet als je een trans persoon tegen komt?

  1. Don’t ask about them genitals.

Met voorsprong op de eerste plaats: vraag niet naar wat er in iemands broek zit. Je vraagt dat meestal ook niet aan cis mensen, waarom zou je het dan wel aan trans mensen vragen?

We zijn er ons absoluut van bewust dat wij trans personen onweerstaanbaar zijn, maar een vraag naar wat er zich nu eigenlijk down south bevindt, is ongepast. Als we willen dat je het weet, zullen we je het wel vertellen.

  1. Van hetzelfde kaliber: “Welke operaties heb je allemaal al gehad?”

Ten eerste impliceert deze vraag dat je als trans persoon operaties moet ondergaan om als transgender erkend te worden. Hoever iemand erin gaat om haarzijn lichaam te doen overeenkomen met hoe de maatschappij zegt dat een bepaald gender er uit moet zien, is de keuze van die persoon en enkel die persoon.

Als een trans vrouw zich gelukkig voelt met gezichtsbeharing, platte borstkast en een penis, dan is ze nog steeds helemaal vrouw. Als een trans man enkel aan een hormonenbehandeling begint to get that mad muscle, dan is dat oké. Als een non-binair trans persoon graag erg mannelijke kleren draagt maar zich identificeert met een vrouwelijk/feminien gender, steun haar dan.

‘Hoe ver’ iemand zit in haarzijn transitie (of hoe ver je wilt gaan) is de keuze van de persoon die elke dag 24/7 met haarzijn lichaam moet leven. En al de rest heeft daar (vergeef me het woordgrapje) geen bal mee te maken.

Ten tweede: zie uitleg bij tip nummer 1. Onze lichamen zijn geen afgekapte handen op sterk water. We vinden het doorgaans niet zo aangenaam om als levend studieobject behandeld te worden.

  1. “Mannen lakken hun nagels niet, dus als je een échte man bent, mag je dat niet meer doen.”

De meeste trans personen vechten heel hun leven tegen het genderhokje waar ze bij geboorte werden ingeduwd. We zijn dus écht niet van plan om van krap hokje A naar nog krapper hokje B te wandelen.

Hetzelfde geld voor de opmerking ‘je zal er pas uitzien als een echte vrouw wanneer je X doet’. Iemand die zich identificeert als vrouw is een vrouw, ongeachte haar gedragingen, kleren, taalgebruik, beroep, … Met dit soort uitspraken verheerlijk je cisseksisme.

Je impliceert namelijk dat een cis lichaam het summum van alle lichamen is maar – plot twist! – trans lichamen zijn ook mooie, goede lichamen.

  1. Respect our pronouns!

Er is niets zo frustrerend als aan een transitie beginnen en dat de mensen in je omgeving (bewust) de verkeerde voornaamwoorden gebruiken. Dit geeft direct het signaal: “Ik hoor wat je zegt, Ik versta wat je zegt, maar ik vind dat wat onnozel dus ik blijf je gewoon ‘haar’ noemen.” Zijhij gelooft niet dat je een trans persoon bent en weigert mee te gaan in wat zijhij een illusie vindt.

Het spreekt voor zich dat iemand die onze genderidentiteit actief in twijfel trekt ons niet veilig doet voelen. Dat betekent natuurlijk niet dat we verwachten dat je van vandaag op morgen naadloos overgaat van ‘hij’ naar ‘zij’. Missen is menselijk, luidt die mooie alliteratie. Voor de meeste trans personen volstaat het te weten dat je probeert.

Bijkomende tip: word niet boos wanneer we je verbeteren.

Bonus: weet je niet zeker welke voornaamwoorden je moet gebruiken? Vraag het aan die persoon (en niet hun moeder/ liefje/ huisdier)!

  1. In dezelfde lijn: vraag niet naar onze ‘echte’ naam.

Maar over het algemeen: je gebruikt de naam die de persoon in kwestie aangeeft. Die obsessie met de naam op je geboorteakte is ook zo dubbel; als een cis persoon van de naam Bartholomeüs ervoor kiest om door het leven te gaan als ‘ Bart’ is hem dat gegund. Hetzelfde moet opgaan voor trans personen.

Dus, zoals mijn moeder zegt: als het beestje maar een naam heeft. (En gebruik dan de naam die het beestje zelf verkiest.)

Deel 2

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.